Kort antwoord. Een jongere die bij de feiten 16 of 17 jaar was, kan in uitzonderlijke gevallen door de jeugdrechtbank uit handen gegeven worden. De zaak gaat dan terug naar het openbaar ministerie, dat de jongere kan vervolgen voor een rechter die het gewone strafrecht toepast. Dat kan alleen voor zware feiten die het jeugddelinquentiedecreet opsomt, nadat een multidisciplinair team de jongere onderzocht heeft, en met een gemotiveerd vonnis waartegen hoger beroep mogelijk is.
Wat is uithandengeving, en wat is het niet?
Wie bij de feiten jonger was dan 18, is volgens het Strafwetboek niet strafrechtelijk verantwoordelijk, “behoudens in de gevallen bij wet bepaald” (art. 26). Op een jeugddelict reageert de jeugdrechtbank daarom met een herstelrechtelijk aanbod of met de sancties uit het Vlaamse decreet betreffende het jeugddelinquentierecht: van een berisping tot een gesloten begeleiding in een gemeenschapsinstelling (zie uw kind voor de jeugdrechter).
Uithandengeving is de uitzondering. De jeugdrechtbank stelt vast dat geen enkele van die sancties nog past, en verwijst de zaak naar het openbaar ministerie. Er is maar één gepubliceerd nationaal cijfer: in 2019 werden in heel België 42 minderjarigen uit handen gegeven, 33 in Vlaanderen en Brussel en 9 in Wallonië (VRT NWS, 24 februari 2022, op basis van de jaarlijkse statistieken van de hoven en rechtbanken). Recentere cijfers zijn er niet: in september 2023 antwoordde de minister van Justitie op een parlementaire vraag dat de steundienst van het College van de hoven en rechtbanken niet over die gegevens beschikt. Een criminologisch doctoraat (Y. Jaspers, 2017-2018) volgde uit handen gegeven jongeren over een lange periode, tot in de jongvolwassenheid, en onderzocht hoe hun verdere traject na de beslissing verliep.
Twee dingen houdt u best uit elkaar:
- Het is geen sanctie. Het decreet sluit de uithandengeving uitdrukkelijk uit van wat het een sanctie noemt (art. 2, 19°). Het vonnis zelf legt dus geen straf op.
- Het is geen veroordeling. De jeugdrechtbank beslist alleen dat de zaak niet langer bij haar thuishoort. Of de feiten bewezen zijn en welke straf eventueel volgt, beslist later de rechter bij wie het openbaar ministerie de zaak aanbrengt.
Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn?
Artikel 38 van het decreet stelt strikte voorwaarden:
- Leeftijd bij de feiten. De jongere was op het moment van de feiten minstens 16. Zijn leeftijd bij de uitspraak speelt geen rol: ook wie intussen meerderjarig is, kan nog uit handen gegeven worden voor feiten van vóór zijn achttiende.
- Geen geschikte sanctie meer. De jeugdrechtbank moet motiveren waarom geen enkele sanctie uit het decreet geschikt is. Die motivering vertrekt van de persoonlijkheid van de jongere, zijn maturiteit en zijn omgeving.
- Zware feiten. Hier zijn er twee mogelijkheden:
- De jongere kreeg al eerder een sanctie met een verblijf in een gemeenschapsinstelling (een kortverblijf of een gesloten begeleiding) én de nieuwe feiten staan op de lijst van het decreet. Op die lijst staan onder meer foltering en onmenselijke behandeling, aantasting van de seksuele integriteit, het bewegen van minderjarigen tot ontucht of prostitutie en de exploitatie ervan, gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad, de leiding van een criminele organisatie, diefstal met geweld of bedreiging en een reeks misdrijven die de dood tot gevolg hadden.
- Zonder eerdere sanctie kan het alleen voor de zwaarste feiten: doodslag of een poging daartoe, terrorisme, genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, verkrachting en bepaalde vormen van niet-consensuele seksuele handelingen.
Sinds 1 september 2026 verwijst die lijst naar de artikelen van het nieuwe Strafwetboek (decreet van 10 juli 2026). Welke misdrijven precies in aanmerking komen, staat in artikel 38, § 2, van het decreet.
Hoe verloopt de procedure?
De onderzoeken. Vóór de jeugdrechtbank kan beslissen, laat ze een maatschappelijk en een medisch-psychologisch onderzoek uitvoeren door een multidisciplinair team. Dat brengt de persoonlijkheid van de jongere, zijn omgeving en zijn maturiteit in kaart. Weigert de jongere mee te werken aan het medisch-psychologisch onderzoek, dan kan de rechtbank ook zonder dat verslag beslissen. Zonder beide onderzoeken kan het alleen als de jongere na een eerdere sanctie voor zulke feiten (gepleegd na zijn zestiende) opnieuw voor zware feiten vervolgd wordt, of als hij na zijn zestiende een feit van niveau 6 of hoger pleegde en pas na zijn achttiende vervolgd wordt.
Termijnen. Zodra de verslagen neergelegd zijn, gaat het dossier binnen drie werkdagen naar de procureur des Konings. Die dagvaardt binnen dertig werkdagen; in de dagvaarding staat dat een uithandengeving gevorderd wordt. De jeugdrechtbank spreekt zich uit binnen dertig werkdagen na de openbare zitting (art. 57bis, § 3, Jeugdbeschermingswet). Waar de jeugdrechtbank en haar griffie in Brugge zitten, leest u op de pagina over de rechtbank in Brugge.
Hoger beroep. Tegen het vonnis kunnen het openbaar ministerie, de jongere en de andere partijen, zoals de ouders, binnen dertig dagen na de uitspraak hoger beroep instellen (art. 58 en 62 Jeugdbeschermingswet en art. 203 Wetboek van strafvordering); de zaak komt dan voor de jeugdkamer van het hof van beroep. Na afloop van de beroepstermijn heeft de procureur-generaal twintig werkdagen om te dagvaarden; het hof doet uitspraak binnen vijftien werkdagen na de openbare zitting.
Wat gebeurt er na de uithandengeving?
Welke rechter? In de jeugdrechtbank bestaan aparte kamers van uithandengeving. Ze tellen drie rechters: twee met de opleiding van jeugdrechter en een rechter uit de correctionele rechtbank. In hoger beroep oordeelt een jeugdkamer van het hof van beroep. Voor de zwaarste misdrijven, die waarvoor het hof van assisen bevoegd is, gaat de zaak naar assisen; daar moeten minstens twee magistraten de opleiding van jeugdrechter gevolgd hebben.
Welke straffen? De rechter past het gewone Strafwetboek toe. Toch blijft de leeftijd tellen: wie bij de feiten minderjarig was, krijgt een straf van het onmiddellijk lagere niveau dan de wet voorziet (art. 35 Strafwetboek). Gaat het om een misdrijf van niveau 1, dan blijft het bij dat niveau, en kan de rechter in de plaats een bijkomende straf opleggen als de wet die voorziet.
Waar verblijft de jongere? Wordt na de uithandengeving een aanhoudingsbevel uitgevaardigd (voorlopige hechtenis), dan verblijft de jongere in een gemeenschapscentrum voor minderjarigen, en een gevangenisstraf ondergaat hij in de strafvleugel daarvan (art. 606 Wetboek van strafvordering). Het decreet spreekt van een Vlaams detentiecentrum: een afdeling van een gemeenschapsinstelling voor uit handen gegeven jongeren tot 23 jaar. Is de jongere 18 of ouder en zijn er in de gemeenschapscentra niet genoeg plaatsen, dan gaat hij naar een gevangenis voor volwassenen. Verstoort een jongere van 18 of ouder het leven in het centrum ernstig, dan kan de minister van Justitie hem daarheen verwijzen. Vanaf 23 jaar verblijft hij altijd in een gevangenis voor volwassenen.
Strafregister. Een veroordeling tot een straf komt in het Centraal Strafregister (art. 590, 1°, Wetboek van strafvordering), zoals bij elke volwassene. Wat een werkgever daarvan op een uittreksel te zien krijgt, hangt af van het model; zie strafregister en uittreksel.
Nieuwe feiten. Is de uithandengeving definitief, dan valt de jongere voor feiten die hij pleegt na de dag van de dagvaarding tot uithandengeving meteen onder de gewone rechter, ook als hij dan nog minderjarig is (art. 57bis, § 5, Jeugdbeschermingswet).
Wat kunnen ouders en de jongere doen?
Werd uw kind pas opgepakt, lees dan eerst wat er na de arrestatie van een minderjarige gebeurt.
- Werk mee aan de onderzoeken. De rechtbank moet haar beslissing motiveren aan de hand van de persoonlijkheid, de maturiteit en de omgeving van de jongere; precies daarover gaan de verslagen. Weigert de jongere het medisch-psychologisch onderzoek, dan kan de rechtbank zonder dat verslag beslissen.
- Let op de termijn. Wie hoger beroep wil instellen, heeft daarvoor dertig dagen na de uitspraak. Vraag dus meteen advies als u een beroep overweegt.
Een advocaat voor de jongere. Heeft een minderjarige die partij is in de procedure geen advocaat, dan krijgt hij er ambtshalve een toegewezen (art. 54bis, § 1, Jeugdbeschermingswet). Voor een minderjarige is de juridische bijstand volledig kosteloos (art. 508/13/1, § 4, Gerechtelijk Wetboek). Hebben de jongere en zijn ouders tegenstrijdige belangen, dan ziet de stafhouder erop toe dat de jongere een andere advocaat heeft dan zijn ouders (art. 54bis, § 3).
De advocaat van de jongere krijgt het volledige dossier, ook de stukken over zijn persoonlijkheid en zijn leefomgeving (art. 55 Jeugdbeschermingswet). Hij kan op de zitting uitleggen waarom een sanctie uit het decreet volgens de jongere en zijn ouders nog wel past, en bekijkt of hoger beroep zinvol is. Mr. Van Oyen bespreekt met ouders en jongeren welke stappen in hun situatie mogelijk zijn; een uitkomst kan niemand vooraf beloven. Meer over de bijstand aan minderjarigen en ouders vindt u onder jeugdrecht.
Veelgestelde vragen
Kan een jongere van 15 uit handen gegeven worden?
Nee. De jongere moet op het moment van de feiten minstens 16 jaar zijn geweest. Voor jongere minderjarigen blijft de jeugdrechtbank bevoegd.
Is uithandengeving een straf?
Nee. Het decreet beschouwt de uithandengeving niet als een sanctie. Pas de rechter bij wie de zaak daarna komt, beslist over schuld en straf.
Hoeveel tijd is er om in beroep te gaan?
Dertig dagen na de dag van de uitspraak. Over het beroep oordeelt de jeugdkamer van het hof van beroep.
Is de zitting over de uithandengeving openbaar?
Ja. De wet laat de jeugdrechtbank uitspraak doen binnen dertig werkdagen “na de openbare terechtzitting”, en in hoger beroep geldt hetzelfde voor het hof (art. 57bis, § 3, Jeugdbeschermingswet).
Komt een veroordeling na uithandengeving op het strafregister?
Ja. Een veroordeling tot een straf wordt in het Centraal Strafregister opgenomen, ook als de feiten gepleegd zijn vóór de meerderjarigheid.
Gaat een uit handen gegeven jongere naar een gewone gevangenis?
In principe niet: hij verblijft in een gemeenschapscentrum voor minderjarigen. Vanaf 18 jaar kan dat wel een gevangenis voor volwassenen zijn, bij plaatsgebrek of bij een ernstige verstoring van het leven in het centrum, en vanaf 23 jaar altijd.
Wettelijke basis
- Art. 38 decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht: uithandengeving: voorwaarden, onderzoeken en lijst van feiten (lijst aangepast bij decreet van 10 juli 2026, geldend vanaf 1 september 2026).
- Art. 2, 19° en 21°/1, decreet jeugddelinquentierecht: uithandengeving is geen sanctie; Vlaams detentiecentrum.
- Art. 29, § 2, en art. 35 tot 37 decreet jeugddelinquentierecht: de sancties van de jeugdrechtbank.
- Art. 57bis Jeugdbeschermingswet (Vlaamse versie): termijnen, openbare zitting en gevolg voor nieuwe feiten.
- Art. 58 (Vlaamse versie) en 62 Jeugdbeschermingswet en art. 203 Wetboek van strafvordering: de termijn van dertig dagen voor het beroep.
- Art. 54bis en 55 Jeugdbeschermingswet: advocaat voor de minderjarige, inzage van het volledige dossier.
- Art. 76, § 3, 78, 92, 101 en 119, § 2, Gerechtelijk Wetboek en art. 216novies Wetboek van strafvordering: kamers van uithandengeving, jeugdkamer van het hof van beroep, hof van assisen.
- Art. 26 en 35 Strafwetboek: minderjarigheid; straf van het onmiddellijk lagere niveau.
- Art. 590 en 606 (Vlaamse versie) Wetboek van strafvordering: strafregister; verblijf in een gemeenschapscentrum.
- Art. 508/13/1, § 4, Gerechtelijk Wetboek: kosteloze bijstand voor minderjarigen.
Links naar de geldende tekst op Justel (FOD Justitie). Stand van de wetgeving: 29 oktober 2026.
Bronnen: VRT NWS, 24 februari 2022 (cijfers voor 2019, op basis van de jaarlijkse statistieken van de hoven en rechtbanken); schriftelijke vraag nr. 2061 van 6 september 2023 en antwoord van de minister van Justitie van 29 september 2023, QRVA 55 120, p. 93–94; Y. Jaspers, Uithanden gegeven jongeren. Een onderzoek naar de gevolgen van de uithandengeving op trajecten in de jongvolwassenheid, doctoraat Criminologische Wetenschappen, VUB, 2017-2018.
Vragen over een uithandengeving?
Is er bij uw kind sprake van een uithandengeving, of wilt u weten wat de procedure voor uw gezin betekent? Neem contact op met Advocatenkantoor Van Oyen om uw vragen te bespreken.
☏ Bel 0479 32 95 19 Stel uw vraag online →⚖️ Dit artikel bevat algemene informatie en vormt geen juridisch advies. Elke situatie is anders — neem contact op voor advies op maat.